13/08/00 : Overlijden van Louis Nucera. Michel de Brébisson wenste het artikel weer te geven in Le Monde geschreven door een van Louis' vrienden
Louis Nucera
Een passie voor literatuur, vriendschap en fietsen
WOENSDAG 9 augustus, Louis Nucera is omgekomen tijdens het fietsen; hij werd aangereden door een automobilist in Carros (Alpes-Maritimes), in het achterland van Nice dat hij zo vaak had doorkruist. Fietsen was een van zijn passies, naast literatuur en vriendschap. Zijn vrienden voelen zich erg eenzaam en in de steek gelaten. Een van zijn beste boeken, Le Roi René, beschreef de carrière van René Vietto. Hij was een van Louis« voorbeelden, want hij hield van stijl en moed. Aan het einde van elke zomer vroeg ik hem: »Heb je goed gefietst? Hoeveel kilometer?« En de tweede vraag volgde meteen: »Hoeveel pagina’s?« De twee waren onlosmakelijk met elkaar verbonden, de prestaties van de »kampioen’ en die van de schrijver…
Louis Nucera, geboren in Nice op 17 juli 1928, groeide in zijn jeugd op met herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog. Hij luisterde aandachtig naar de verhalen die zijn ooms tijdens het avondeten vertelden. Dat maakt kinderen erg bedachtzaam en dromerig. Nucera's vader stierf in 1933 en zijn moeder werd «plotseling oud door het onherstelbare«. Dit soort zinnen vat de stijl van Louis goed samen: als zeer klassieke schrijver wist hij de grammatica en de emotie perfect te combineren.
Na het overlijden van zijn vader moest Louis Nucera de kost gaan verdienen en ging hij als «telefonist» bij een bank werken. Jean Giono had zelf in een filiaal van deze instelling gewerkt. Dat was een uitstekend voorteken. Nucera ging vervolgens de journalistiek in. Daardoor ontmoette hij Joseph Kessel, Georges Brassens en Jean Cocteau. Zijn leraren of peetvaders in de literatuur. Magische peetvaders. De eerste overtuigde Louis Nucera ervan dat de Franse taal een soort «klooster» was en dat men er met grote voorzichtigheid binnen moest treden. De tweede gaf lessen in bescheidenheid en de derde in beleefdheid. Cocteau zei namelijk dat men de moeite die men had gedaan om de teksten te schrijven, uit zijn teksten moest wissen. Louis Nucera nam deze drie lessen ter harte. In zijn romans (L’Ami, 1974; Avenue des Diables-Bleus, 1979; Chemin de la Lanterne, 1981; Le Kiosque à musique, 1984; La Chanson de Maria, 1989; Le Ruban rouge, 1991…) beschreef hij op subtiele wijze de gewone mensen van zijn stad, de kleine mensen van wie hij de erfgenaam was. Maar hij vroeg zich af: waarom «klein»?
DE BELEEFDHEID VAN WANHOOP
Misschien wel zijn beste boek was Mes Ports d'attache, gepubliceerd in 1994. Hierin maakt hij een soort rondreis langs verloren vrienden. Het laat ons kennismaken met twee liefhebbers van fietstochten, Henry Miller en Vladimir Nabokov. En natuurlijk Cocteau, Brassens en Kessel. Louis Nucera was een meester in de kunst van het portretteren. Hij zei bijvoorbeeld dat «het gezicht van Kessel de bewegingen van zijn hart interpreteerde, zoals de lucht en de zee de grillen van het weer interpreteren«. Het is prachtig.
Afgelopen winter bundelde Louis Nucera zijn columns van 1994 tot 1999 onder de titel Une bouffée d'air frais (Le Cherche Midi, 2000). Hierin zagen we een man die zich liet leiden door een verlangen om te bewonderen, een verlangen om recht te doen aan de schoonheid van dingen en aan de schoonheid van bepaalde mensen. Hij inventariseerde zijn passies en voorkeuren. Hij hield van delicate mensen, de beleefdheid van wanhoop, het schilderen van stemmingen, tango, de alchemie van gevoelens, het 18e arrondissement, de oude wijken van Nice, Franse landschappen... en leraren die hun leerlingen, van achter in het klaslokaal bij de radiator, de smaak van het lezen bijbrengen. In zijn enthousiasme mengde Louis Nucera de winnaars van de Tour de France met de kampioenen van de literatuur. Hij had veel gelezen, maar pronkte niet met zijn eruditie. Het bleef een zaak van het hart.
«Tijdperken zijn er om te worden afgekraakt», mopperde Flaubert als hij in een slechte bui was. Louis Nucera had dit pessimisme graag willen weerleggen, maar hij keek met de blik van een moralist naar onze wereld. En wat hij zag, stemde hem maar al te vaak somber. Hoe kun je inderdaad niet boos worden als de uitspraken van een of andere rocker of televisiepresentator meer belang krijgen dan de woorden van schrijvers? Terwijl die, volgens Nucera, "de afgezanten van de schoonheid op aarde" waren. Maar zelfs wanneer hij de ijdelheidsmarkt aan de kaak stelt, ademen zijn pagina’s het geluk van het schrijven. Als verdediger en dienaar van de Franse taal had Louis Nucera wat men ‘stijl’ noemt, zowel in zijn lof als in zijn kritiek. In onze tijd komt dat niet zo vaak voor.
François Bott
Louis Nucera publiceerde zijn eerste roman, L'Obstiné, in 1970 bij Julliard. Het meeste van zijn werk werd daarna uitgegeven door Grasset. Hij schreef talrijke artikelen voor «Le monde des livres» vanaf het begin van de jaren 1980. Hij won verschillende prijzen voor zijn werk, waaronder de Prix littéraire de la Résistance (1975) voor Dora (Lattès), de Prix Interallié (1981) voor Chemin de la Lanterne, de Grand Prix de littérature sportive (1987) voor Mes rayons de soleil, en de Prix Jacques Chardonne (1991) voor Le Ruban rouge. Tot slot kende de Académie française hem in 1993 haar Grand Prix de littérature toe voor zijn oeuvre.