Col de Tende of Colle di Tenda
Col de Tende (FR-06-1871 of IT-CN-1871), gelegen op de Frans-Italiaanse heuvelrug, vormt een verbinding tussen de Roya-vallei in het zuiden en de Piemontese Vermenagna-vallei in het noorden. Het is de laagste pas tussen Frankrijk en Italië. De Franse kant is met muilezels begaanbaar, in tegenstelling tot de Italiaanse kant, waar alleen de laatste 600 meter onverhard zijn.
De route begint vlak bij de ingang van de verkeerstunnel en slingert zich over een afstand van ongeveer 7,5 km op spectaculaire wijze door 46 haarspeldbochten boven het bovenste deel van de Roya-vallei. Op de top is het uitzicht schitterend, maar pas op voor de frequente onweersbuien in de zomer.

Dichtbij de top, op de bergkam, kun je de imposante massa van het fort zien.
centraal. Daarachter begint het lange, strategische spoor van de Tende-Est ruggen.

Diep in het Roya-dal: de moderne weg die door de Tende-tunnel loopt.
Halverwege de helling: het grote gebouw van de voormalige wachtpost.
Vanaf beide kanten van de top leiden strategische paden naar een groot aantal passen op de lussen «West en East of Tende» (zie TOPO 3).

Maar het beklimmen van bergpassen sluit interesse in hun geschiedenis niet uit, en die van de Col de Tende is bijzonder rijk. De eerste vermelding van een onderhouden weg tussen Ventimiglia en Borgo San Dalmazzo dateert uit 1178! Gedurende de hele middeleeuwen trokken er karavanen over de pas die zout leverden in de Povlakte. De Roya-vallei werd overigens rijk dankzij deze lucratieve handel, die rijkelijk werd afgeperst door de heren van Tende… Jaarlijks passeerden 16.000 muilezels de pas!
De pas heeft veel indringers zien passeren, waarvan Karel V in 1536 de beroemdste was, maar reizigers hebben ook een lastige route genomen, geholpen door een heel gilde van «passanten», hier bekend als «collants» of «coulants» (van de pas...). Dragers konden worden ingehuurd om om de beurt de pas over te steken in vijf uur voor een klein fortuin. Al in de 16e eeuw werd er een tunnelproject gelanceerd en werd er zelfs begonnen met de werkzaamheden (de ingang van deze oude tunnel is te zien aan de Italiaanse kant op ongeveer 1750 meter hoogte). Maar door geldgebrek kwam er niets van de grond. Pas in 1780 financierde koning Victor Emmanuel III (Piemonte-Sardinië) het werk aan het huidige traject, dat na vier jaar inspanning werd aangelegd. Net voor de helft van de beklimming werd een wachthuisje opgericht met 30 mannen. Hun taak was om de veiligheid van de route te garanderen en hulp te bieden aan de reizigers, vooral in de winter. Dit wachthuisje bestaat vandaag de dag nog steeds.

De weg diende niet alleen voor handelsdoeleinden: in 1794 staken de revolutionaire troepen de pas over en vielen het koninkrijk Piëmont-Sardinië binnen, terwijl op 25 april 1945 de eerste divisie van de FFL de pas overstak na de Roya van de laatste Duitse bezetters te hebben bevrijd. Dit strategische belang blijkt uit de aanwezigheid van imposante militaire forten op de top en aan weerszijden van de pas.
Veel klimplezier voor iedereen!
René POTY

